Dit artikel richt zich vooral op ondernemers en werkgevers. Voor privéschulden, toeslagen en gemeentelijke belastingen kunnen andere regels gelden.
Een betalingsachterstand hoeft niet direct het einde van een onderneming te betekenen. Zowel de Belastingdienst als UWV kent mogelijkheden voor betalingsafspraken en, onder voorwaarden, gedeeltelijke kwijtschelding. Maar de regelingen verschillen aanzienlijk. Een voorstel dat bij de Belastingdienst past, is niet automatisch geschikt voor UWV. Bovendien verandert vanaf 1 januari 2027 de rechtsbescherming bij fiscale beslissingen over uitstel en kwijtschelding. Die wijziging introduceert geen algemene schuldenvrijstelling.
Voor ondernemers begint een passende aanpak daarom met drie vragen: klopt de schuld, is het betalingsprobleem tijdelijk en kan de onderneming na een regeling duurzaam verder?
1. Eerst het onderscheid: uitstel is geen kwijtschelding
Bij uitstel van betaling wordt betaling tijdelijk verschoven. Een betalingsregeling verdeelt de betaling over termijnen. Bij kwijtschelding wordt, onder voorwaarden, afgezien van het innen van een deel of het geheel van de schuld. Een regeling om later te betalen betekent dus niet dat het openstaande bedrag wordt verminderd.
Daarnaast moet een geschil over de juistheid van de schuld worden onderscheiden van een probleem met de betaalbaarheid ervan. Een onjuiste belastingaanslag of NOW-beslissing vraagt om inhoudelijke beoordeling en zo nodig een rechtsmiddel. Een verzoek om een betalingsregeling vervangt dat niet. Ook overleg met de instantie bewaart niet vanzelf een bezwaar- of beroepstermijn.
De praktische aanpak is daarom: beoordeel de schuld, bewaak de procedure en organiseer de betaling of sanering als afzonderlijke, maar samenhangende onderdelen.
2. Het huidige beleid van de Belastingdienst
Invordering: voorkom dat betalingsdruk verder oploopt
Wanneer een belastingschuld niet tijdig wordt betaald, kan de Belastingdienst aanmanen, een dwangbevel uitvaardigen en uiteindelijk beslag leggen. Daarbij kunnen invorderingskosten ontstaan. Ook tijdens een betalingsregeling kan invorderingsrente verschuldigd blijven. Uitstel betekent dus niet automatisch dat de schuld niet meer oploopt.
Vroegtijdig contact en een onderbouwd verzoek zijn daarom belangrijk. Leg niet alleen vast welk voorstel is ingediend, maar vooral welke regeling daadwerkelijk is verleend, voor welke aanslagen en onder welke voorwaarden.
Kort uitstel en een reguliere betalingsregeling
Onder voorwaarden kunnen ondernemers maximaal vier maanden kort uitstel krijgen. Daarbij geldt onder meer dat de totale openstaande belastingschuld minder dan € 20.000 bedraagt en dat niet voor een openstaande aanslag al een dwangbevel is betekend. Er gelden aanvullende voorwaarden. Deze mogelijkheid is niet zonder meer beschikbaar voor de btw of loonheffingen die direct op aangifte moeten worden betaald.
Voor een reguliere betalingsregeling voor ondernemers geldt doorgaans een termijn van maximaal twaalf maanden. Daarbij verlangt de Belastingdienst in beginsel zekerheid voor de volledige schuld, bijvoorbeeld een bankgarantie, borgstelling of hypotheekrecht. Het ontbreken van voldoende zekerheid kan daardoor een belangrijk knelpunt zijn.
Bijzondere omstandigheden: langer uitstel of minder zekerheid
Bij bijzondere omstandigheden kan een ruimere regeling mogelijk zijn, bijvoorbeeld langer dan twaalf maanden of zonder volledige zekerheid. Hiervoor moet aannemelijk worden gemaakt dat het betalingsprobleem tijdelijk is, voortkomt uit omstandigheden buiten het normale bedrijfsrisico en dat de onderneming levensvatbaar is. Ook moet duidelijk zijn hoe de achterstand uiteindelijk wordt ingelopen.
Bij een schuld van meer dan € 20.000 verlangt de Belastingdienst voor deze bijzondere route een verklaring van een derde deskundige. Dat hoeft niet uitsluitend een registeraccountant te zijn; ook andere daarvoor geschikte deskundigen kunnen een verklaring afgeven. De verklaring moet inhoudelijk aansluiten op de oorzaken, de levensvatbaarheid en de haalbaarheid van de voorgestelde regeling.
Een optimistische omzetprognose alleen is daarvoor onvoldoende onderbouwing. Het voorstel moet laten zien welke betalingen op welke momenten mogelijk zijn, zonder dat ondertussen nieuwe achterstanden ontstaan.
Coronabelastingschulden kennen een afzonderlijk kader
Voor bestaande coronabetalingsregelingen geldt een eigen regime, met oorspronkelijk een aflossingsperiode van zestig maanden vanaf oktober 2022. Onder voorwaarden zijn aanpassingen mogelijk, zoals kwartaalbetalingen, een betaalpauze van maximaal zes maanden of verlenging tot maximaal zeven jaar. Dit zijn geen automatische rechten voor iedere ondernemer met een coronaschuld.
Bij niet-nakoming kan de regeling worden ingetrokken en kan de invordering worden hervat. Controleer daarom eerst of de oorspronkelijke regeling nog bestaat voordat een wijzigingsverzoek wordt opgebouwd.
Kwijtschelding: een onderbouwd saneringsakkoord
Voor zakelijke belastingschulden is het uitgangspunt dat kwijtschelding plaatsvindt binnen een akkoord met de schuldeisers. De fiscale schuldeiser verlangt in beginsel ten minste het dubbele uitkeringspercentage van wat concurrente schuldeisers ontvangen. Dat zijn schuldeisers zonder bijzonder voorrecht of zekerheid. Daarnaast moet het fiscale aanbod substantieel zijn en ten minste overeenkomen met wat de Belastingdienst door executie kan verkrijgen. Bij voortzetting moeten reële continuïteitsvooruitzichten bestaan en moeten lopende fiscale verplichtingen worden nagekomen.
Ontvangen concurrente schuldeisers bijvoorbeeld 10%, dan is 20% voor de fiscus slechts één toetsingspunt. Het is geen standaardtarief waarmee ieder akkoord wordt goedgekeurd. De verhaalsmogelijkheden, financiering, rangorde en toekomst van de onderneming blijven bepalend.
Een negatief eigen vermogen bewijst daarbij niet dat de fiscus bij executie niets ontvangt. Voor een bruikbaar voorstel is een afzonderlijke berekening nodig van verkoopopbrengsten, zekerheden, kosten en de verdeling onder schuldeisers.
Voor privéposities gelden andere voorwaarden
Bij particuliere kwijtschelding staan onder meer inkomen, vermogen en betalingscapaciteit centraal. Een voormalige ondernemer kan onder voorwaarden binnen dat kader vallen. Deze beoordeling moet worden onderscheiden van een sanering van een voortgezette onderneming; een zakelijke regeling mag niet zonder meer op privéschulden worden toegepast, of andersom.
3. Het huidige beleid van UWV: vooral de NOW vraagt om een eigen aanpak
NOW-terugbetaling: maximaal zestig maanden, zonder rente
Voor terugbetaling van te veel ontvangen NOW-subsidie biedt UWV een betalingsregeling van maximaal zestig maandelijkse termijnen, zonder rente. Om de volledige termijn te kunnen benutten, moet de regeling vóór de uiterste betaaldatum in de terugbetalingsbrief worden aangevraagd. Bij een latere aanvraag resteert minder tijd. Per NOW-aanvraagperiode wordt een afzonderlijke betalingsregeling aangevraagd.
Ook is een betaalpauze van maximaal twaalf maanden mogelijk. Daarbij blijft de maximale terugbetalingstermijn gelijk: na de pauze wordt het maandbedrag dus hoger. Een betaalpauze verlicht de directe druk, maar kan de latere betaalbaarheid juist verslechteren.
NOW-kwijtschelding is mogelijk, maar niet uitsluitend wegens betalingsproblemen
UWV kan meewerken aan kwijtschelding om een onderneming verantwoord voort te zetten of ordelijk te beëindigen. Daarbij beoordeelt UWV onder meer of volledige aflossing, óók met een betalingsregeling, tot insolventie leidt. De totale NOW-schuld, de financiële situatie en de behandeling van alle schuldeisers moeten duidelijk zijn. Fraude of misbruik staat medewerking in de weg.
Voor de financiële onderbouwing vraagt UWV onder andere de jaarstukken van de afgelopen twee boekjaren, actuele tussentijdse cijfers en een liquiditeitsprognose voor minimaal twee jaar, met én zonder schuldsanering. Ook berekeningen van de reorganisatie- en liquidatiewaarde, een toelichting op herstelmaatregelen en eventuele garantstellingen behoren tot het dossier.
UWV beoordeelt bovendien of medewerking past bij het handelen van een vergelijkbare particuliere schuldeiser en bij de staatssteunregels. Het gaat dus niet alleen om de vraag hoeveel de ondernemer kan missen, maar ook om de vraag waarom het voorgestelde akkoord voor UWV verantwoord is ten opzichte van de alternatieven.
Belangrijk verschil: kwijtschelding vraagt om beschikbare middelen
Een gewone betalingsregeling en een saneringsakkoord zijn bij UWV niet hetzelfde. Volgens de door UWV gepubliceerde beleidsuitwerking wordt bij gedeeltelijke kwijtschelding directe uitbetaling in geld verlangd van het deel dat niet wordt kwijtgescholden. Omzetting van dat restant in een lening of aandelen wordt niet als vervanging geaccepteerd. Een saneringsvoorstel moet daarom ook financierbaar zijn.
Het verzoek moet daarnaast alle NOW-tranches omvatten. Alleen de perioden met terugbetalingsschulden opnemen en perioden met verwachte nabetalingen buiten beschouwing laten, wordt niet geaccepteerd. UWV vergelijkt zijn behandeling met die van schuldeisers in een vergelijkbare positie; bij NOW gaat het om een concurrente vordering. Die kwalificatie mag niet automatisch op iedere andere UWV-vordering worden toegepast.
In zeer bijzondere situaties kan ook de onevenredigheid van invordering aanleiding zijn om kwijtschelding te onderzoeken. Dat vereist een afzonderlijke beoordeling van de omstandigheden en is geen algemene uitzondering voor iedereen met onvoldoende liquiditeit.
Andere UWV-schulden zijn geen NOW-schulden
Bij terugvordering van een uitkering gelden andere wettelijke en beleidsmatige voorwaarden. UWV kan bijvoorbeeld verrekenen met een lopende uitkering, waarbij doorgaans rekening wordt gehouden met de beslagvrije voet. Ook kunnen persoonlijke betalingsafspraken en eigen kwijtscheldingsmogelijkheden aan de orde zijn. De NOW-regels voor werkgevers mogen daarop niet worden toegepast.
4. Wat verandert per 1 januari 2027?
De wijziging bestaat uit twee onderdelen: een andere rechtsgang bij fiscale beslissingen over uitstel en kwijtschelding, en aanpassingen van de uitvoeringsregels voor kwijtschelding en sanering. De ingangsdatum is vastgesteld. Veel inhoudelijke bepalingen leggen bestaand beleid explicieter vast; andere bepalingen worden verruimd of aangevuld.
Van administratief beroep naar bezwaar en de fiscale rechter
Onder het huidige stelsel wordt een afwijzing van fiscale kwijtschelding via administratief beroep aangevochten; daarvoor geldt een korte termijn van tien dagen. Na die procedure bestaat voor deze geschillen geen gewone toegang tot de fiscale rechter, maar kan de civiele rechter als restrechter worden benaderd.
Vanaf 1 januari 2027 worden de betrokken beslissingen over uitstel en kwijtschelding vatbaar voor bezwaar, gevolgd door beroep bij de rechtbank, hoger beroep bij het gerechtshof en cassatie bij de Hoge Raad. Ook tussentijdse beëindiging van uitstel wordt bij voor bezwaar vatbare beschikking geregeld. Voor bezwaar geldt in beginsel de gebruikelijke termijn van zes weken.
Voor ondernemers betekent dit dat niet alleen een betalingsvoorstel, maar ook de motivering van een afwijzing of beëindiging zorgvuldig moet worden beoordeeld.
De belangrijkste inhoudelijke aanpassingen
| Onderwerp | Wat wordt vastgelegd of aangepast? | Praktische betekenis |
|---|---|---|
| Informatie en bewijs | De ontvanger kan aanvullende gegevens en eisen aan de onderbouwing verlangen. Niet tijdig aanvullen kan tot afwijzing leiden. | Zorg voor een volledig dossier en bewaak aanvullingstermijnen. Een accountantsverklaring is niet bij ieder verzoek verplicht. |
| Lopende fiscale verplichtingen | Tijdens de behandeling moeten aangiften en betalingen tijdig en volledig worden gedaan. Deze eis wordt ook expliciet van toepassing op privékwijtschelding. | Neem actuele belastingen afzonderlijk in de kasprognose op. De toelichting noemt een herstelmogelijkheid bij tekortkomingen. |
| Alleen de fiscus of speciale schuldeisers | Kwijtschelding blijft mogelijk wanneer alleen de fiscus, eventueel naast speciale crediteuren, resteert. Ook het buiten het akkoord laten van speciale crediteuren wordt explicieter geregeld. | Onderbouw de bijzondere positie en het eerdere betalingsgedrag. Andere schuldeisers eerst afbetalen om alleen de fiscus over te houden, kan juist tegen het verzoek werken. |
| Een eerdere peildatum | De ondernemer kan een peildatum kiezen die vóór de indiening van het verzoek ligt. Vanaf die datum moeten fiscale verplichtingen worden nagekomen. | Dit kan oude saneringsschulden en nieuwe bedrijfsverplichtingen afbakenen, maar vergt een controle van alle aangiften en betalingen vanaf die datum. |
| Nog niet opgelegde oude belastingschulden | Schulden over afgesloten perioden kunnen onder voorwaarden worden meegenomen, evenals bepaalde wettelijke correcties en herrekeningen. Latere teruggaven over betrokken perioden worden in het saneringsresultaat verwerkt en niet uitgekeerd. | Inventariseer verwachte aanslagen en bijvoorbeeld relevante btw-correcties. Reken bij de financiering niet zonder meer op latere teruggaven. |
| Betwiste aanslagen | Voor een aanslag waartegen nog bezwaar of beroep loopt, wordt geen kwijtschelding verleend. | Houd aanslagbestrijding en betalingsuitstel gescheiden. Geef kansrijke inhoudelijke bezwaren niet uitsluitend voor een saneringsverzoek prijs. |
Ook worden afwijzingsgronden rond onjuiste of ontbrekende informatie, gestelde zekerheden en verhaal op aansprakelijke derden explicieter geregeld. Bij informatieverzuim is tegenbewijs mogelijk. Voor verhaal op derden is een concrete, onderbouwde redelijke verwachting nodig; een uitsluitend theoretische verhaalsmogelijkheid is niet voldoende.
Invorderingsrust blijft belangrijk, maar is niet onbeperkt
Tijdens de behandeling van een kwijtscheldingsverzoek blijft het uitgangspunt dat geen invorderingsmaatregelen worden getroffen. De uitzondering wordt echter ruimer: de ontvanger kan optreden wanneer hij aannemelijk maakt dat de belangen van de Staat worden geschaad. Onder omstandigheden zijn dan ook executiemaatregelen mogelijk.
Een verzoek indienen is daarom geen vervanging voor duidelijkheid over de feitelijke invorderingsstatus. Vraag schriftelijk welke maatregelen worden aangehouden, voor welke schulden en tot welk moment.
Wat verandert níét?
Het dubbele uitkeringspercentage voor de betrokken fiscale saneringsakkoorden, de vergelijking met executie en de continuïteitseis blijven bestaan. Er komt geen algemeen recht op kwijtschelding na een vaste aflossingsperiode en geen algemene verplichting tot een assurance-rapport. De wijzigingsregeling verandert bovendien niet het NOW-beleid van UWV of de bevoegdheden van de WHOA-rechter.
De nieuwe fiscale rechtsgang betreft rijksbelastingen. Zij mag niet zonder afzonderlijke beoordeling worden doorgetrokken naar gemeentelijke belastingen, toeslagen of UWV-beslissingen.
5. Niet wachten tot 2027: de datum en status van het besluit tellen
Voor kwijtscheldingsbeschikkingen met een dagtekening vóór 1 januari 2027 bevat de regeling expliciet overgangsrecht: daarop blijft het oude administratieve beroepsregime van toepassing. Dat verandert niet doordat de behandeling in 2027 doorloopt. Voor uitstelbesluiten moet de toepasselijke route afzonderlijk worden beoordeeld aan de hand van het concrete besluit en het relevante overgangsrecht.
De jaarwisseling heropent dus niet automatisch oude afwijzingen. Bestaande termijnen, betalingsvoorwaarden en executierisico’s moeten nu worden bewaakt.
Wanneer een minnelijk akkoord niet lukt, kan ook een andere herstructureringsroute worden onderzocht. De WHOA biedt onder voorwaarden de mogelijkheid een akkoord door de rechtbank te laten goedkeuren, waardoor ook betrokken tegenstemmende schuldeisers gebonden kunnen raken. Dat is een afzonderlijk juridisch traject, waarvoor bij verzoeken aan de rechtbank een advocaat nodig is.
6. Wat kan Expertisegroup doen?
Expertisegroup combineert juridische, fiscale, financiële en strategische ondersteuning, met herstructurering en schuldsanering als onderdeel van de dienstverlening. Voor invorderingsdossiers kan die combinatie worden ingezet om niet alleen een verzoekbrief te maken, maar ook het financiële en juridische fundament van een regeling te organiseren.
De schuld en de procedure in kaart brengen
Een eerste beoordeling kan worden gericht op de originele aanslagen en UWV-besluiten, betalingen, verrekeningen, rente en kosten. Daarbij worden de nog beschikbare rechtsmiddelen, lopende termijnen, bestaande regelingen en aangekondigde invorderingsmaatregelen afzonderlijk vastgelegd.
Het doel is een betrouwbaar uitgangspunt: welk bedrag staat vast, welk bedrag is betwistbaar en voor welk bedrag moet een oplossing worden gevonden?
De levensvatbaarheid en betaalbaarheid onderzoeken
Expertisegroup kan helpen een levensvatbaarheidsonderzoek, liquiditeitsprognose en herstelplan op te bouwen. Daarbij verdient niet alleen de verwachte winst aandacht, maar vooral het geld dat na noodzakelijke bedrijfsuitgaven, investeringen en lopende belastingen werkelijk beschikbaar blijft.
Een korte kasprognose, bijvoorbeeld voor dertien weken, kan worden gecombineerd met een langere prognose en scenario’s voor tegenvallende omzet, hogere kosten of vertraagde financiering. Dit zijn aanbevolen onderzoeksinstrumenten; niet iedere genoemde looptijd is een wettelijke eis.
Een financierbaar saneringsvoorstel voorbereiden
De begeleiding kan vervolgens worden gericht op een volledig schuldeisersoverzicht, de juridische rangorde, zekerheden, uitvoerbare betaalmomenten en aantoonbaar beschikbare saneringsmiddelen.
Daarbij moeten de verschillen tussen Belastingdienst en UWV terugkomen in het voorstel. Een kapitaalinjectie, verkoopopbrengst of derdenbijdrage moet niet alleen worden verwacht, maar voldoende concreet beschikbaar zijn om de afgesproken betalingen te kunnen doen. Ook fiscale gevolgen van de sanering en noodzakelijke werkkapitaalbuffers verdienen een afzonderlijke berekening.
Verzoeken, overleg en rechtsbescherming begeleiden
Op basis van het dossier kan Expertisegroup ondersteunen bij verzoeken om uitstel, wijziging van bestaande regelingen, kwijtscheldingsvoorstellen en de voorbereiding van bezwaar of andere procedures. Waar specialistische procesbijstand nodig is, kan de inzet van een advocaat of andere deskundige worden afgestemd.
De inzet is daarbij niet uitsluitend een akkoord op papier, maar een duidelijke beschikking of afspraak waarvan bedrag, voorwaarden, timing en gevolgen bij afwijkingen vaststaan.
Onderzoek en assurance zorgvuldig onderscheiden
Een levensvatbaarheidsonderzoek is niet automatisch een assurance-rapport. De fiscale wijziging maakt het mogelijk nadere deskundigenonderbouwing te verlangen, maar schrijft niet voor ieder verzoek een accountants-assuranceverklaring voor.
Wanneer onafhankelijke assurance passend of vereist is, moet daarvoor een afzonderlijke opdracht worden ingericht. De onafhankelijkheid van de accountant moet worden beoordeeld; het zelf voorbereiden van een plan en het daarover geven van onafhankelijke assurance kunnen niet zonder meer als één ongedifferentieerde opdracht worden behandeld.
Ook na het akkoord blijven volgen
Een passende vervolgstap is periodieke controle van de kaspositie, aangiften, belastingbetalingen en aflossingstermijnen. Zo kan tijdig worden bijgestuurd wanneer de werkelijkheid afwijkt van de prognose.
Conclusie: een passende regeling begint met een controleerbaar dossier
De beschikbare mogelijkheden verschillen per soort schuld en per instantie. Vanaf 1 januari 2027 komt voor de betrokken fiscale uitstel- en kwijtscheldingsbeslissingen een andere rechtsgang beschikbaar, terwijl veel saneringsvoorwaarden explicieter worden vastgelegd. Dat biedt geen automatische schuldvermindering: de onderbouwing en uitvoerbaarheid blijven essentieel.
De bijdrage van Expertisegroup kan juist liggen in de samenhang: de schuld controleren, rechtsmiddelen bewaken, het herstelperspectief onderzoeken en een voorstel maken dat financieel én juridisch uitvoerbaar is.
Een eerste dossierbeoordeling begint met de originele besluiten, een actuele schuldstaat, de laatste financiële cijfers en de bestaande betalingsafspraken. Daarmee wordt duidelijk of de aangewezen richting uitstel, aanpassing van een regeling, inhoudelijk bezwaar of een breder saneringstraject is.
Dit artikel bevat algemene informatie. De toepasselijke voorwaarden en rechtsmiddelen moeten steeds worden getoetst aan het concrete besluit, de rechtsvorm, de omstandigheden en de op dat moment geldende regelgeving.
